Licht en het kind (1)

Op avontuur
Het kind vroeg aan Licht: ‘Gaan we op avontuur? Want dat doen vrienden toch?’
Licht zei: ‘Dat is goed. Zal ik je dragen? Waar gaan we naar toe?’
‘Overal! Ik wil met je spelen!’
Licht was twee lammetjes en het kind huppelde en sprong met ze door de wei.
Licht was een vlinder en het kind danste met de vlinder onder de zon.
Licht was een handvol sappige kersen en het kind snoepte ze op.
Licht was een troep apen en het kind schaterlachte om hun kunsten.
Licht was een tuin vol rozen en het kind snoof hun heerlijke geur in.
Licht was een zandheuvel en het kind rollebolde er vanaf.
Licht was een nachtegaal en het kind luisterde naar zijn lied in de avond.
Licht was de schuimende zee en het kind dreef op zijn golven.
Licht vloog, zwom, rende, kroop, stroomde, stormde, regende en straalde en droeg het kind op zijn vleugels, op zijn golven, in zijn armen, en ze werden nat en warm en koud en lachten tot ze niet meer konden.

Eén familie
Toen rustten ze uit.
Licht vroeg aan het kind: ‘Kun je Mij zien?’
‘Natuurlijk zie ik jou. Ik zie jou in de sterren en in de maan. Ik zie jou in de bloemen en in het gras. Ik zie jou in de eekhoorntjes en in de vissen. Ik zie jou in de vossen en in mezelf. Overal zie ik jou, jij bent Licht. Jij straalt en schittert in alles.’
Licht glimlachte.
‘Omdat Ik in alles Ben, zijn jullie één familie. De bloemen zijn jouw zusjes, de vossen je broers. De aarde is je moeder en de hemel met al zijn sterren je vader. De wind die fluistert in de bomen en om de toppen van de hoge bergen is je opa, de fluisterende zee je oma. Jullie zijn door Mij allemaal met elkaar verbonden.’
‘Wat heb ik veel familie,’ lachte het kind gelukkig. ‘Alle zandkorrels in de woestijn, alle druppels in de zee, alle sterren aan de hemel… niemand is rijker dan ik!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *