Licht (2)

De wereld wordt steeds mooier
Nu wilde Licht graag nog veel meer vormen aannemen. Licht stroomde de tunnel uit naar de aarde en vormde daarvan een boom, een bloem, een vis, een vos, een ree… Licht daalde neer als de vele druppels van een regenbui en woonde in elk van hen. De wereld werd wonderlijk mooi.
‘Wonderlijk, wonderlijk,’ lachte Licht en vormde een berg, een dal, een rivier, een regenwolk, een papegaai, een haai, een meeuw en een mier. ‘Wat een fantastische wereld,’ juichte Licht. ‘Dit ben Ik allemaal Zelf. In de wereld van de vormen kan Ik Mezelf eindelijk zien!’
En omdat er in alles Licht was, voelde de hele wereld de blijdschap en danste.

Vrienden
‘Vandaag word Ik een mens,’ zei Licht.
Licht nam aarde en vormde een kind.
Uit Licht sprong een levensvonk. De vonk nestelde zich in het hart juichte: ‘Ik ben!’
Het kind begon te ademen en deed twee stralende ogen open.
‘Nu heb je een vriend,’ zei het kind tegen Licht.
‘Pardon?’ zei Licht verwonderd.
‘Mij,’ zei het kind. ‘Ik ben je vriend. Jij hebt deze prachtige wereld gemaakt. En mij. Ik heb van alles om te eten en te drinken en om kleren van te maken en te spelen. Daarom ben ik je vriend. En jij bent toch zeker mijn vriend?’
‘Nou en of!’ zei Licht blij.
En het was net als met de zon en de maan: het kind weerspiegelde de glans van Licht.
‘Ik ben zilver, jij bent goud,’ zei het kind glimlachend tegen Licht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *