Licht (1)

Een zee van Licht
Heb je de zee wel eens gezien? Zo groot, zo wijd, zo oneindig ver… nog verder dan je kijken kan!
Nog veel en veel en veel groter dan de zee is Licht. Een zee van licht, oneindig goud en glanzend en mooi en wijd en ver. Licht was er al lang, lang geleden: als aller-, allereerste.
Maar nog niet in onze wereld: onze aarde zweefde in een donkere ruimte en er bestond nog niets of niemand.
Licht was geen man en geen vrouw, Licht had geen vorm.
‘Ik Ben’, zei Licht. ‘Maar wat ben Ik nu eigenlijk precies? Ik kan Mezelf niet zien, het schittert teveel.’
Dat maakte Licht erg treurig.

Licht neemt vorm aan
Licht vond een gat en vloeide er nieuwsgierig in.
Het was een lange tunnel met aan het einde onze donkere, kale wereld.
Een druppel Licht stroomde de tunnel uit, onze wereld in… en werd een zon!
Tegelijk met de zon ontstond de maan. De zon was een reusachtige bol van vlammen, maar de maan was van steen en zand. De maan weerspiegelde het licht van de zon, als tenminste de aarde er niet tussen kwam.
‘Ik ben zilver, jij bent goud,’ zei de maan glimlachend tegen de zon.
Het deel van Licht, dat nog in de tunnel was, keek verrast en ontroerd naar de twee grote, glanzende bollen en zei: ‘In deze wereld kan Ik vorm aannemen! Eindelijk kan Ik Mezelf zien!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *